Hanne Arendzen, Reinier Bulder, Vincent Croiset e.a. - Van de koele meren des doods (Piek) 1.jpg

Van de koele meren des doods

Hanne Arendzen, Willem Voogd, Reinier Bulder e.a.

Regisseur Ger Thijs werd onlangs geridderd voor zijn lange reeks indrukwekkende toneelbewerkingen en -regies. Na het prachtige ‘Eline Vere’ zet hij wederom zijn tanden in een Nederlandse literaire klassieker: ‘Van de koele meren des doods’ van Frederik van Eeden uit 1900. Hedwig Marga de Fontayne, een jonge, gevoelige, intelligente vrouw uit een aristocratisch milieu, is op zoek naar de ware liefde. Maar wat is dat? De kunstenaar die zij meer als vriend ziet? Haar echtgenoot, die slechts een platonische relatie met haar wil? In de hoop innerlijke rust te vinden, blijft zij zoeken naar de man die haar de zin in het leven terug kan geven en moeder kan maken. Als ze die vindt, maar ze haar baby verliest, komt haar leven helemaal op de rol te staan.
Dit meeslepende en tijdloze verhaal wordt gespeeld door een geweldige cast met onder anderen Hanne Arendzen, die zich eerder bewees in de titelrol van ‘Eline Vere’ en Willem Voogd, bekend van zijn rol als Mees Kees.

www.hummelinckstuurman.nl

Toneel
Bestel Kaarten

Extra kosten: € 1,- administratiekosten per kaartje met een maximum van € 5,- per bestelling. Garderobe en een pauzedrankje zijn inbegrepen in de toegangsprijs.

Arendzen schakelt onvoorstelbaar knap van verliefd meisje naar vernielde vrouw en terug

"Van de koele meren des doods is een keurige, integere, tikje brave voorstelling met een warm kloppend hart."

Arendzen schakelt onvoorstelbaar knap van verliefd meisje naar vernielde vrouw en terug

"Van de koele meren des doods is een keurige, integere, tikje brave voorstelling met een warm kloppend hart."

Mag ik bij wijze van uitzondering dit keer eens een hele recensie wijden aan één ­actrice? Ik vermoed dat haar medespelers het met die keuze eens zullen zijn. Ze cirkelen dienstbaar, haast opzettelijk bescheiden om haar heen, in Van de koele ­meren des doods, een sobere, klassieke voorstelling naar de roman van ­Frederik van Eeden uit 1900. En ­natuurlijk valt er van alles te zeggen over die roman, en over de bewerking en regie van Ger Thijs (zie kader), maar dat ga ik hier niet, of slechts summier doen. Want ik wil het over haar hebben: Hanne Arendzen. Geef die vrouw een Theo d’Or.

Van meet af aan is het alsof Arendzen zich op het toneel in een andere ­dimensie bevindt. Dat heeft te maken met talent en présence, maar is hier óók een regiekeuze. Het sluit haarfijn aan bij het verhaal over de tragische Hedwig Marga de Fontayne; een vrouw te romantisch voor de regels en restricties van haar aristocratische afkomst. Wordt haar omgeving in deze voorstelling geschetst in koele, schemerige blauwtinten; waar zij staat, schijnt de zon. Met haar rossige haar en vanillekleurige jurk lijkt er van Arendzen een gouden gloed uit te gaan; ze trekt al het licht naar zich toe en kaatst het terug. Haar Hedwig trilt en zindert van hoop, verliefdheid en levenslust. Vergeleken met haar energie en warmbloedigheid lijken de andere personages soms wel gefiguurzaagd. Maar ook dat kan heel goed opzettelijk zijn: bloedeloos, stijf en saai – en dat is precies hoe Hedwig haar naasten ziet. We bevinden ons als het ware in haar hoofd. En daar is het– uiteindelijk – verward en troebel.

Thijs maakt een raamvertelling van Van Eedens beroemde naturalistische roman, waarin Hedwig haar verhaal vertelt aan een verpleegster, nadat ze verward is bezweken op straat in ­Parijs. Zijn doeltreffende bewerking concentreert zich op slechts een handvol personages en een aantal sleutelmomenten in de tragische neergang van Hedwig: de dood van haar moeder, de wraakactie van een geborneerde jeugdliefde die haar in haar deftige milieu onherstelbaar ­besmeurt (nu zouden we het slut­shaming noemen), de zelfmoord van diezelfde geliefde in haar aanwezigheid. En verder bergafwaarts gaat het, van haar huwelijk met Gerard, die een diepe afkeer heeft van fysieke affectie – juist hetgeen waar zij zo vurig naar verlangt, tot haar vlucht met de hartstochtelijke pianist Henri, en een daaropvolgend leven in schande.

Steeds opnieuw is Hedwig hoopvol, en vervuld van verlangen. Steeds opnieuw wordt ze teleurgesteld. Dan neemt het donker in haar hoofd het over. Als Henri ook nog onbetrouwbaar blijkt en hun kindje sterft, drijft dat Hedwig definitief over de rand van de waanzin.

Arendzen schakelt in deze roerende werdegang onvoorstelbaar knap van verliefd meisje naar vernielde vrouw en terug. Als ze verliefd is barst ze bijna uit elkaar; de adem hoog, de borst gezwollen, een en al passie, geilheid en hunkering. Ze kan prachtig dromen op toneel, alsof ze in de verte naar een mooier, beter ­leven kijkt, slechts even buiten handbereik. ‘Ik zie dingen die er niet zijn’, zegt ze, en de toeschouwer ziet ze ook; haar ­rusteloze handen schilderen geluk­zalige taferelen in de lucht. Zo geeft Arendzen zeer overtuigend gestalte aan een gevangen vrouw; gevangen tussen beheersing en begeerte, gevangen in haar eigen romantische meisjesfantasie. Ze is een vrouw met te weinig vrijheid en te veel verbeelding, en dat kan maar één kant op gaan. Haar verwachtingsvolle blikken, haar verdrietige glimlach, ze ­boren in je ziel.

Van de koele meren des doods is een keurige, integere, tikje brave voorstelling met een warm kloppend hart. En dat hart is Hanne Arendzen.

Hanne Arendzen is kwetsbaar in haar wispelturigheid

"Een heel aangrijpend stuk, in een mooie uitvoering"

Hanne Arendzen is kwetsbaar in haar wispelturigheid

"Een heel aangrijpend stuk, in een mooie uitvoering"

Ger Thijs heeft al veel toneelbewerkingen van Nederlandse literaire klassiekers op zijn naam staan, zoals Eline Vere, Bint en Max Havelaar. Nu laat hij in Frederik van Eedens Van de koele meren des doods (1900) zien hoe beklemmend het aristocratische milieu kan zijn voor een jong meisje op zoek naar haar eigen identiteit.

In de bewerking van Thijs begint Van de koele meren des doods wanneer Hedwig (Hanne Arendzen) opgenomen wordt in een ziekenhuis in Parijs. Ze is verslaafd, verward en wil niets loslaten aan de dokter. Ze deelt vervolgens haar levensverhaal met de zuster, in retrospectief krijgen we het te zien.

Het stuk begint op rustig tempo. Er is vooral leegte in het leven van de jonge Hedwig: het verlies van haar moeder, de kille relatie met haar vader. Na de ontmoeting met schilder Johan (Willem Voogd), een arme weesjongen en vrije geest, vult haar leven zich met allerlei gebeurtenissen waar ze steeds minder controle over lijkt te hebben. Wanneer ze haar prille relatie met Johan verbreekt, zorgt hij ervoor dat ze binnen de kortste keren bekend staat als promiscue. Een verloving met haar neef Henry (Vincent Croiset) lijkt haar stabiliteit te kunnen geven, maar ze ziet er toch vanaf.

Door haar reputatie zwermen de mannen altijd om haar heen. Rechtenstudent Gerard (Tijn Docter) verschijnt als ridder op het witte paard, hij kan Hedwig weghalen uit haar roerige feestleven en haar burgerlijkheid bieden. Maar ook Gerard blijkt haar niet te kunnen geven waar ze naar op zoek is. Hedwigs zoekt naar levensgeluk, naar een uitweg voor haar depressie. Alles wat haar een ontsnapping zou kunnen bieden, probeert ze: zelfmoordpogingen, muziek, routine, een kind en uiteindelijk morfine. Niets slaagt erin om de donkere wolk te laten verdwijnen.

Hanne Arendzen speelt kwetsbaar en boeiend. Ze is geloofwaardig als de Hedwig voor wie de mannen in haar leven alles willen opgeven. Ze is speels, eigenwijs, een dromer. Haar wispelturigheid kan tenenkrommend zijn, maar tegelijkertijd gun je haar al het geluk van de wereld.

Er zou wel een groter contrast mogen zitten tussen het jonge meisje Hedwig aan het begin van het stuk en de geesteszieke, verslaafde vrouw (hoewel ze nog geen dertig is) die in het ziekenhuis ligt. Het stuk versnelt aan het einde, hoe ze verslaafd is geraakt en in wanhoop afreist naar Parijs komt maar in enkele zinnen voorbij. Thijs had in zijn regie nog verder mogen gaan, Hedwig nóg krankzinniger mogen maken. Daarentegen had ze aan het begin van het stuk misschien nog wat levenslustiger mogen zijn. Er wordt later gesproken over de liefde voor pianospelen die ze in haar jeugd had bijvoorbeeld, maar dat komt eerder niet naar voren.

Het sobere decor past goed in het thema: er is steeds een strijd tussen Hedwigs verlangen naar rust, zelfs de rust van de dood, en haar droom van een spannend leven in de kunsten. Er is geen antwoord op de vraag wat nu het beste voor haar was geweest, of wat haar nu eigenlijk echt gelukkig had gemaakt. Dit maakt het een heel aangrijpend stuk, in een mooie uitvoering.

Door: Eva van der Weerd

Hanne Arendzen is imponerend in ‘Van de koele meren des doods’

Hanne Arendzen is imponerend in ‘Van de koele meren des doods’

Regisseur Ger Thijs maakte een vlotte toneelbewerking van de roman Van de koele meren des doods, over het tragische leven van Hedwig. Maar de zwartste randen van de innerlijke turbulentie van het hoofdpersonage blijven uit zicht.

Ben ik een goede vrouw, vraagt Hedwig zich af. Het is de vraag die haar voortdurend kwelt, aan haar opgedrongen door de mannen om haar heen. Haar vader, die weduwnaar wordt, noemt haar blik streng – omdat hij drinken verkiest boven zorgzaamheid. Haar jeugdliefde verspreidt wraakzuchtig naakttekeningen van haar – omdat ze niet met hem wil trouwen. De pianist wil haar beminnen, terwijl ze al met een ander getrouwd is. Haar verlangens botsen met haar schuldgevoel.

In zijn grootse, antiburgerlijke roman Van de koele meren des doods beschreef Frederik van Eeden in 1900 een fijnzinnig psychologisch portret van een vrouw die even hartstochtelijk als wanhopig door het leven trekt. Op zoek naar grote, meeslepende liefde struikelt Hedwig Marga de Fontayne over benepen moraal en beklemmende tradities. In de vlotte bewerking van regisseur Ger Thijs ligt de nadruk op de psychologie. Sleutelscènes volgen elkaar snel op, zonder veel tijd te verspillen aan context.

Halfslachtige waanzin
Hedwig krijgt al jong een naam als slet, vindt een uitweg bij een ridderlijke man die helaas platonische liefde voorstaat, en verlaat hem voor een andere man. Ook die liefde raakt bedorven. Waarna het ongeluk haar zo hard treft dat ze gek wordt. Daarbij past Thijs een kunstgreep toe: Hedwig kijkt vanuit haar ziekbed terug op haar leven. Waarom is onduidelijk. De momenten die haar toekomstige waanzin aankondigen, zijn halfslachtig uitgevoerd.

De bloemrijke taal van Van Eeden schemert nog maar lichtjes door in de herschrijving van Thijs, zoals wanneer het woord ‘verflensen’ opduikt. Van Eeden beschrijft de spanningen tussen Hedwig en haar echtgenoot zo: ‘Bij haar was een deel van haar zielswezen door prikkeling overmatig toegenomen, zoodat het haar veel te veel vervulde en al te belangrijk scheen, bij hem was hetzelfde door plotselinge, heftige terugwerking verkleind en verkommerd, en ver onder natuurlijke verhouding achter-gebleven.’ Bij Thijs heeft Hedwig het soms helemaal ‘gehad’ met de liefde.

De attractie van deze toneelbewerking ligt voor het grootste deel in het spel van Hanne Arendzen, die Hedwig imponerend gestalte geeft. Alle schakeringen van emoties waar Hedwig in schiet, verbeeldt ze indringend. Ze treft de onrust van Hedwig door naadloos van scherts naar ernst en van smachten naar zelfverwijt te schakelen. Ze kan ratelen én met geslagen blik in de verte staren, en dat geeft haar personage de benodigde diepte.

Toch lijkt Arendzen in deze regie niet alle ruimte te krijgen om tot uitersten in haar emotionele uitbarstingen te komen. De allerzwartste randen van Hedwigs gemoed worden door Thijs vermeden – haar innerlijke turbulentie, die gepaard gaat met diepe eenzaamheid en neerslachtigheid. De vlotheid werkt ook vervlakking in de hand.

Het omgooien van het verhaal wreekt zich in de koortsige fase waarin Hedwig haar verstand lijkt te verliezen. Haar ineenstorting wordt klinisch en haastig afgewerkt. Waarmee de voorstelling doorslaat in haar poging een complex en tragisch vrouwenleven behapbaar te maken – de waanzinsaria blijkt verpakt in vershoudfolie.

Door: Ron Rijghard

Wellicht

Ook interessant

Theaterhart Amersfoort

Blijf op de hoogte