Nasrdin Dchar - JA (Daniel J. Ashes) 1.jpg

Nasrdin Dchar

JA

Tussen de avond dat Nasrdin Dchar zijn vrouw ontmoet en de dag dat ze trouwen, zit vijftien jaar. Waarom heeft het zo lang geduurd, als hij bij de eerste kennismaking al weet dat zij de ware is? Misschien wel omdat trouwen tot de tien meest stressvolle gebeurtenissen uit ons leven behoort. Net als in zijn succesvolle voorstellingen ‘Oumi’ (over zijn moeder) en ‘DAD’ (over zijn vader en het vaderschap) neemt de acteur zijn publiek in ‘JA’ weer mee op een persoonlijke reis, een zoektocht naar volwassenheid, met als universele kern: de liefde. In dezelfde persoonlijke stijl als ‘DAD’ – geselecteerd voor het Theaterfestival 2017 en daar bekroond met de publieksprijs – laat Dchar in ‘JA’ zien hoe hobbelig het pad van de liefde kan zijn.

www.theaterbureaudemannen.nl
www.watwedoen.nl

Na afloop vindt TREK live plaats waar DJ WitKonijn een optreden verzorgt. TREK live is gratis toegankelijk.

Toneel
Bestel Kaarten

Extra kosten: € 1,- administratiekosten per kaartje met een maximum van € 5,- per bestelling. Garderobe en een pauzedrankje zijn inbegrepen in de toegangsprijs.

JA is een geestig feelgoodverhaal, maar mist de maatschappelijke scherpte Nasrdin Dchars eerdere werk (★★★★)

Geestig en hartroerend leidt Dchar langs vele misverstanden in en buiten zijn relatie. 

JA is een geestig feelgoodverhaal, maar mist de maatschappelijke scherpte Nasrdin Dchars eerdere werk (★★★★)

Geestig en hartroerend leidt Dchar langs vele misverstanden in en buiten zijn relatie. 

Het begint met een aandoenlijk schimmenspel. Acteur Nasrdin Dchar zit achter een laken en verbeeldt met kleine poppetjes de ontmoeting van zijn opa en oma in Marokko in 1933. Opa Achmed reed wat op zijn paard, zag Aisha aan de waterkant en wist meteen: zij is het. Het huwelijk wordt gezegend met zeven kinderen, onder wie Habiba. En háár sprookjeshuwelijk met Mohammed leidt vervolgens tot de geboorte van Nasrdin. Volgens eenzelfde procedé brengt Dchar de stamboom van zijn echtgenote Amy in beeld, beginnend in Nederlands-Indië in 1946. Al die legendarische liefdesverhalen samen leiden onvermijdelijk naar de Marina Bar in Steenbergen, anno 2004, waar Nasrdin halsoverkop valt voor Amy. Hij heeft altijd in de ware liefde geloofd, zegt Dchar met een verontschuldigend lachje en een lichte blos. Je gelooft hem.

In zijn nieuwe solo JA zijn wij, toeschouwers in de Amsterdamse Stadsschouwburg, gasten op Dchars langverwachte huwelijk. Het gewicht van dit moment, luttele seconden voor het ja-woord, brengt Dchar op het toneel tot kritische zelfreflectie. Want waarom moest het vijftien jaar duren alvorens hij de vrouw van zijn dromen trouwt? Via de raamvertelling van hun huwelijksfeest neemt Dchar ons mee in een reconstructie van de relatie, van de eerste verlegen kus in het park tot het aanzoek op een berg in Boedapest. Hij: een praktiserend moslim uit een traditioneel Marokkaans-Nederlands nest, zij een eigenzinnige Brabantse die wel houdt van een pilsje en een peuk. Jarenlang weten ze samen de echt heikele kwesties te ontwijken. Ze ‘doen het gewoon’, zegt Dchar: Kerst bij haar ouders, Suikerfeest bij die van hem. Maar de bom barst als voor het huwelijk uiteindelijk echte keuzes moeten worden gemaakt.

Op de van hem bekende, innemende verteltoon voert Dchar ons in een sober maar inventief toneelbeeld (Robin Vogel) langs de vele vooroordelen en misverstanden waar ze als stel mee te maken krijgen, zowel binnen de relatie als erbuiten. Centraal daarbij staat steeds Dchars schuldgevoel: hij wil zijn ouders geen verdriet doen, hen niet te schande maken, hij wil een goede moslim zijn – al zijn er wel grenzen (zoals: geen seks voor het huwelijk). Daartegenover staat zijn grote liefde voor Amy, en de wens om zonder gewetensbezwaren of halfbakken compromissen met haar samen te zijn. Hun relatie is altijd een vraagstuk, zegt hij, en dat frustreert.

Dchar speelt naast zichzelf ook andere betrokkenen, zoals zijn eigen vader, zijn beste vriend Mike (met Brabantse tongval) en zijn aanstaande, Amy. In de toneelversie van hun verhaal stelt Amy zich wel heel geduldig op. Op zeker moment word je die weifelende Dchar zelfs een beetje zat; hoe hij conflicten schuwt en iedereen tevreden wil houden, maar daardoor nooit écht verantwoordelijkheid neemt. Met als dieptepunt zijn voorstel om haar na de huwelijksvoltrekking een kusje op het voorhoofd te geven, omdat een echte zoen voor zijn ouders te ongemakkelijk zou zijn. Gelukkig wijst ze hem niet lang daarna de deur, met een welgemeend ‘Wat ben je toch een slappe zak’. Moedig, van Dchar, dat hij zichzelf zo te kijk zet.

Tot dat punt blijft de voorstelling wat aan de veilige kant, met grapjes, zelfspot en hartverwarmende anekdotes en ontboezemingen. Ook als performer is Dchar vooral sfeermaker en allemansvriend, waardoor de materie nergens echt schuurt. Bovendien mist dit verhaal veel van de maatschappelijke scherpte die zijn vorige solo DAD, over de groeiende kloof in de samenleving, wél had. Lang blijft JA een feelgoodverhaal: geestig, warmbloedig en onderhoudend, maar niet veel meer dan dat.

Totdat Dchar, na de breuk en een paar treurig stemmende scharrels, plotseling beseft hoe hij het wil doen. Op zíjn manier, met respect voor zijn prachtige cultuur, maar wel in dit land. Zijn land. Met haar. Met Amy. ‘Zij is het. Laat het maar moeilijk zijn.’ Het is een mooie, geëmotioneerde uitbarsting die plots niet alleen meer over een relatie gaat, maar over een hele samenleving. Over het accepteren – maar niet negeren – van verschillen, het uitspreken van verwachtingen en het aangeven van grenzen, het niet schuwen van ongemak of conflict. Zonder dat het letterlijk wordt benoemd, voel je daar opeens het vuur van Dchars maatschappelijke missie.

In een hartroerend slotritueel laat Dchar de toeschouwers in de zaal uiteindelijk óók een gelofte doen, aan elkaar, en aan de samenleving. Dat is mooi en nodig, want, zegt hij: negativiteit is besmettelijk. Maar positiviteit is dat ook. 

Door Herien Wensink

Het positivisme van Nasrdin Dchar in ‘JA’ is aanstekelijk (★★★★)

Bij hem is theater ook echt een gemeenschapskunst.

Het positivisme van Nasrdin Dchar in ‘JA’ is aanstekelijk (★★★★)

Bij hem is theater ook echt een gemeenschapskunst.

Na Oumi, over zijn moeder, en Dad, over zijn vader, speelt Nasrdin Dchar de theatersolo JA, over zijn vriendin. Hij zoekt antwoord op de vraag waarom hij zich schuldig voelt tegenover zijn Marokkaanse familie dat hij met een Nederlandse is.

Negativiteit is aanstekelijk, zegt Nasrdin Dchar aan het eind van zijn voorstelling JA. Die gedachte verwijst naar de problemen die zijn relatie als man van Marokkaanse afkomst met een vrouw van Nederlands-Indonesische afkomst met zich meebrengen. Daarin kun je jezelf verliezen. Maar positiviteit is ook aanstekelijk, vult hij snel aan. En dat is de slotsom van zijn voorstelling, die ook de essentie is van zijn houding in het leven en van zijn kunstenaarschap.

In JA schetst Dchar hoe hij als twintigjarige verliefd werd op Amy, een Brabants meisje. Maar voor zijn ouders is verkering hsoema, een begrip zegt hij, dat je net als gezelligheid niet kunt uitleggen: ergens tussen taboe en schaamte in. Toch komt die relatie er: geen verloving, wel seks voor het huwelijk. Ze doen het gewoon. Tot het moment ze besluiten te trouwen en de invulling van de bruiloft duidelijk maakt dat ze tien jaar lang alle culturele verschillen onbesproken hebben gelaten.

Amy wil geen traditionele Marokkaanse bruiloft waar mannen en vrouwen gescheiden zijn. Op zijn beurt kan Dchar het idee niet aan van zijn aanstaande met een biertje in haar hand op zijn bruiloft. Als moslim drinkt hij niet en dat zij soms drinkt is geen probleem, behalve als dat gebeurt voor het oog van zijn familie. Want het gaat bij hem „om wat de groep wil”. Haar wens is het topje van de ijsberg, beseft hij.

Die ijsberg van tegenstellingen blijft helaas buiten beeld. Nederlanders bespreken alles, maar zijn ouders, moslims, Marokkanen, laten heikele kwesties onbesproken, stelt Dchar. Daar zit de autobiografie het theaterdrama in de weg. In fictie zou er een stem klinken of zou er een gesprek volgen om het conflict te verdiepen en de kramp bloot te leggen. Nu blijft een grotendeels onbestemd schuldgevoel en onbehagen bij Dchar zelf het grootste obstakel.

Humor en charme

JA volgt het patroon van de romkom. Na het probleem volgen de scheiding en de verzoening en die anekdotische lijn maakt dat JA soms wat kabbelt, in weerwil van de grapjes, de muzikale overgangen en de interacties met de zaal. De humor vloeit voort uit de soms grove generalisaties. Hij rijdt een oude Mercedes, zegt Dchar bijvoorbeeld: „Ik blijf een Marokkaan.”

Dchar compenseert die tekortkomingen door een overdosis charme in zijn optreden. Als een Hugh Grant van de Lage Landen palmt hij je in met zijn laconieke spel-met-knipoog. In zijn sukkeligheid is hij oprecht kwetsbaar en in zijn stoerheid klinkt steevast twijfel door. Zelfs als hij in deze solo wat tuttig zijn vader, een vriend of zijn vriendin uitbeeldt, zijn die kwaliteiten doorslaggevend.

Zijn bevlogenheid doet de rest. Hij wil een goede moslim zijn, een goede zoon, een goede Marokkaan, maar hij wil ook zijn eigen draai geven aan de regels van het geloof. De ontlading komt na een uur. Hij haat hoe hsoema moslims elkaar doet veroordelen en een stok is om elkaar te slaan. Zoals hij haat hoe „sommige politici” zijn poging tot discussie en emancipatie zullen aangrijpen om zijn cultuur achterlijk te noemen. „Ik heb een prachtige cultuur en ik doe er alles aan om die mee te nemen in dit land, mijn land, op mijn manier.” Met die hartenkreet maakt hij zijn verscheurdheid op ontroerende wijze navoelbaar.

Dchar is de romanticus die kiest voor de vrouw die hem compleet maakt. En hij is de humanist met de wens de gemeenschap waarin wij leven te helen en één te maken. Bij hem is theater ook echt een gemeenschapskunst. Zijn positivisme is aanstekelijk.

Door Ron Rijghard

Wellicht

Ook interessant

Theaterhart Amersfoort

Ontvang de laatste nieuwtjes